Het rapport 'Minder pretentie, meer ambitie' dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in januari aan Minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking aanbood is voor Partos, de branchevereniging voor particuliere internationale samenwerking, een welkome bijdrage aan het vernieuwingsdebat dat op dit moment plaatsvindt binnen en buiten de sector.
Gedegen Analyse
Het rapport bevat gedegen analyses en vat zowel knelpunten als pluspunten van ontwikkelingssamenwerking op een heldere manier samen. Daarmee neemt de Raad afstand van de over-simplificering en het cynisme zoals die in recente publieke en politieke discussies soms eerder regel dan uitzondering lijken te zijn geworden.
Partos is blij dat de WRR het belang van goede ontwikkelingssamenwerking onderstreept door ontwikkelingshulp aan te merken als 'onontkoombaar' - belangrijker dan ooit in het licht van de toegenomen globalisering. De WRR stelt daarbij specifiek dat Nederland wereldwijd een unieke profileringskans heeft als het zich nog sterker toelegt op het ontwikkelen van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden; een specialiteit bij uitstek van de Nederlandse particuliere organisaties, die daarin een lange geschiedenis en grote kennis en ervaring hebben.
De WRR erkent volgens Partos ook terecht dat het bij internationale samenwerking niet alleen gaat om morele drijfveren en dat er ook sprake is van "verlicht eigenbelang". Investeren in ontwikkeling van arme landen is ook investeren in toekomstige markten en in echt duurzame oplossingen op het gebied van migratie, terrorisme, milieu en klimaat, biodiversiteit, grond-stoffen, mensenrechten, gewapend conflict, wereldwijde epidemieën, internationale stabiliteit, wetenschap en cultuur.
Snelle conclusies
Partos vindt het echter jammer dat de grondigheid die de Raad heeft betoond in de analyse, grotendeels ontbreekt in de onderbouwing van de conclusies en de oplossingen die de Raad voorstelt. Zeker als het gaat om de rol van andere betrokkenen (hoofdstuk 9), vindt Partos de conclusies 'te kort door de bocht'.
Maar ook bij deze conclusies past bescheidenheid. Immers, het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is bedoeld om de Regering te adviseren omtrent haar beleid. Als het gaat om de particuliere sector is de reikwijdte van het rapport dan ook begrijpelijkerwijs beperkt. Van de 350 pagina's zijn er 12 specifiek aan gewijd. Het percentage overheidsinvesteringen in OS dat via Nederlandse particuliere organisaties wordt besteed, is dan ook minder dan 20%. De overgrote meerderheid van het belastinggeld wordt bilateraal (m.n. direct naar andere overheden, 'budgetsteun') dan wel multilateraal (via VN, Wereldbank, IMF e.d.) besteed.
Complexiteit en Coherentie
De meeste vraagstukken rondom armoede en onrecht zijn zeer complex en de WRR stelt terecht dat we ontwikkeling niet kunnen realiseren met wereldwijde blauwdrukken of modellen. Er moet steeds nauwkeurig worden gekeken naar de context van thema's, landen en regio's. Bovendien kan ontwikkelingssamenwerking alleen deze vraagstukken niet oplossen: er is een belangrijke rol voor internationaal beleid rond o.a. migratie, grondstoffen, klimaatverandering en biodiversiteit, eerlijke handel, kapitaalvlucht, verduurzaming van de financiële sector, defensie en conflict-preventie. Coherentie tussen alle onderdelen van buitenlands beleid is essentieel en de WRR vraagt hier terecht meer aandacht voor.
Aan de oproep van de Raad om het percentage van 0,7% (OS-investeringen als percentage van het BNP) als gegeven los te laten, kan dan ook alleen gevolg gegeven worden als de invloed van deze beleidsterreinen als geheel op de ontwikkelingslanden, serieus geanalyseerd wordt en een integraal onderdeel vormt van toekomstige beleidsvorming op al die terreinen. Als er werkelijk samenhangend beleid komt voor ontwikkeling, is er wat Partos betreft geen reden om een vast percentage als 'heilig' te beschouwen. Tot dan dient Nederland zich te houden aan deze inter-nationale norm. Bovendien geven landen als Amerika, Spanje en Engeland juist nu aan in de richting van dit door Nederland gehanteerde percentage te willen sturen.
Ondanks de brede definitie van ontwikkeling die de Raad hanteert, lijkt zij de remedie toch voornamelijk te zoeken in economische groei. Economische groei alleen is echter nooit vol-doende. Groei moet samengaan met mensenrechten, empowerment van achtergestelde groepen, solidariteit en rechtszekerheid. Juist het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden speelt daarbij een essentiële rol naast de overheden van deze landen. De crisis zorgt er tegelijker-tijd voor dat de inkomsten van ontwikkelingslanden via handel, buitenlandse investeringen, commerciële leningen en overboekingen door migranten fors teruglopen. Om maar niet te spreken over het gigantische bedrag van 160 miljard dollar aan belastinginkomsten dat deze landen elk jaar mislopen vanwege belastingontwijking door multinationals. Dat is ruimschoots meer dan de hele wereld samen in ontwikkelingshulp investeert. Een coherent internationaal beleid dat rekening houdt met de door de WRR geschetste complexiteit is dan ook de enige manier om bescheidenheid te koppelen aan ambitie.
Kwaliteit, kennis en innovatie
Professionaliteit, passie èn ambitie gaan hand in hand bij particuliere ontwikkelingsorganisaties, die zich (zo blijkt recent ook weer uit de succesvolle acties voor Haïti) mogen verheugen in een grote en stabiele steun van de Nederlandse bevolking. Ondanks de economische crisis blijven Nederlanders zich met tijd, energie, kennis en geld inzetten om mensen in ontwikkelingslanden een fatsoenlijke basis te geven om zichzelf en hun land te kunnen ontwikkelen. In alle sectoren van de Nederlandse maatschappij zijn particuliere organisaties ("het maatschappelijk middenveld") van essentieel belang. Denk aan de publieke omroep, de gezondheidszorg, de cultuursector of het jeugd- en welzijnswerk.
De analyse van de Raad als het gaat om complexiteit en coherentie van beleid zou in de ogen van Partos tot de conclusie moeten leiden dat de particuliere sector extra aandacht verdient. Het grootste deel van het Nederlandse OS-budget dat via subsidies ter beschikking wordt gesteld aan particuliere organisaties is met de recente subsidiekaders al drastisch vernieuwd. Partos zal vernieuwing en kwaliteit binnen de sector blijven versterken, maar verwacht meer nuance als het gaat om de suggesties om het subsidiestelsel volledig op de schop te nemen. Daarvoor is een sterkere analyse op zijn plaats.
"Fouten maken is niet erg, er niet van leren wel" is een uitspraak van de Raad die Partos van harte ondersteunt. Hoewel er veel meer geëvalueerd wordt dan algemeen wordt gedacht, is ontwikkelingssamenwerking nog te weinig gericht op het leren en op het bijstellen van werkwijzen op basis van lessons learned en nieuwe inzichten. Zowel binnen ontwikkelings-organisaties als in de maatschappij in brede zin (media, politiek, maar ook in bijvoorbeeld subsidiereglementen) moet meer ruimte komen voor het erkennen en analyseren van zaken die niet goed zijn gegaan en het trekken van de lessen daaruit. Daarbij moeten maatschappelijke organisaties en overheidsorganen leren zich kwetsbaar op te stellen en moeten politiek, publiek en media daar ook mee om kunnen gaan en een verschil kunnen maken tussen het leveren van slechte prestaties en het leren van fouten.
Partos steunt de oproep van de WRR om meer te investeren in kwaliteit, kennis en innovatie. Als branchevereniging speelt Partos daarbij een duidelijke rol door sterk in te zetten op concrete kwaliteitsinitiatieven die zich zowel richten op de kwaliteit van organisatie als op de kwaliteit van programma's en projecten. De leden van Partos onderschrijven een gedragscode waarin juist kwaliteit en leren benadrukt worden. Binnen Partos wordt ook gewerkt aan een gedragscode voor het kleinschalig particulier initiatief - iets waartoe de Raad specifiek oproept. Samenwerking tussen organisaties onderling en tussen organisaties, wetenschap en bedrijfsleven, spelen bij deze kwaliteitsimpuls een belangrijke rol. Want ook dat kan beter!
Debat en Vernieuwing
De veranderende omgeving daagt onze leden uit tot een verandering van focus en werkwijze. Organisaties die werken voor duurzame en rechtvaardige ontwikkeling stellen deze doelen voorop bij de plannen die zij maken en het werk dat zij doen, ook waar dat niet primair past bij de eigen institutionele belangen. Maar ook de particuliere sector moet blijven streven naar meer professionaliteit, meer samenhang, meer kwaliteit en meer effectiviteit voor de mensen om wie het uiteindelijk allemaal gaat. Actieve vernieuwing en verdergaande professionalisering op grond van veranderende omstandigheden horen daarbij. Het periodiek voeren van een stevig debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking ook.
Het WRR rapport is voor Partos en haar leden een stevige bijdrage aan een debat dat de komende tijd vanuit Partos gevoerd zal worden, binnen de sector en met partijen daarbuiten. Een debat dat zich voorbij de waan van de dag zal richten op de middellange en lange termijn. Het rapport brengt daarbij een veelal gedegen analyse in en geeft op essentiële onderdelen de discussie richting.
Partos en haar leden gaan het debat met elkaar en met de samenleving van harte aan en nodigen iedereen uit daaraan bij te dragen!