Blog 2 | Inspelen op Den Haag: backstage

Nieuws

Veel van onze leden hebben een lobby- of politieke afdeling. Maar wat doen lobbyisten en politiek analisten in de ontwikkelingssector eigenlijk? Hoe behartigen zijn de verschillende belangen? En hoe ziet een normale werkdag eruit? In deze blog geven wij antwoorden op al je vragen over lobby, politiek beïnvloeden en beleidscoherentie. Hierbij focussen we op het belang van samenwerking tussen organisaties, waardoor we samen een krachtigere stem creëren in de politiek! In deze editie: Paul van den Berg (Cordaid)!


Zou je kort iets over je professionele achtergrond kunnen vertellen? 

Ik heb geschiedenis gestudeerd, onderdeel hiervan was een stage. Deze heb ik gelopen bij het Bureau Beleidsvorming Ontwikkelingssamenwerking (BBO). Dit was het enige lobbykantoor in Den Haag dat gespecialiseerd was in internationale samenwerking, zij werkten in opdracht van onder andere ontwikkelingsorganisaties en mensenrechtenorganisaties. Daar heb ik de kneepjes van het vak geleerd. Ik was altijd al politiek geïnteresseerd dus ik vond het leuk om op het snijvlak te werken met internationale samenwerking. Na de stage ben ik blijven hangen als junior adviseur. Hierna ben ik twee jaar lobbyist geweest bij ICCO. Ik werk sinds 2007 bij Cordaid, waar ik een combinatiefunctie kreeg tussen lobby en programma management, specifiek met betrekking tot Afghanistan. Sinds 2010 heb ik de functie van Politiek Adviseur. Ik houd mij dus bezig met beleidsmatige en politieke aspecten die Cordaid raken. De focus ligt op Den Haag, maar er zijn ook uitstapjes naar Brussel, Genève en New York. 

 

Wat maakt dat je lobbyist bent geworden bij Cordaid?  

Cordaid heeft mij gevraagd omdat ik veel kennis had van Afghanistan en civiel-militaire relaties. 

Ik heb het idee dat lobbyisten soms ver afstaan van de realiteit van programma’s. We zijn vooral bezig met beleidsprocessen, maar uiteindelijk zijn de programma’s de harde kern van de ontwikkelingssector. Daarom vond ik de combinatie van lobby en programma interessant: hoe run je zo’n programma en werk je samen met lokale partners? 

 

Op wat voor manieren probeert een lobbyist de politiek te beïnvloeden? 

Nieuwspoort, een perscentrum van de Tweede Kamer waar journalisten en lobbyisten informeel kunnen spreken met Kamerleden, is nog wel het epicentrum van de Nederlandse lobby, maar je moet daar niet te veel op focussen. Er wordt ook veel afgesproken in een café of in de Tweede Kamer zelf. Uiteindelijk gaat het om je contacten. Je moet een goede en langdurige relatie opbouwen met ambtenaren en Kamerleden door elkaar fysiek, en vaak ook informeel, te ontmoeten. Als je beleid wilt beïnvloeden dan is een eenmalige afspraak niet voldoende. Je kan nog steeds je werk doen als je niet dagelijks in de Kamer bent, maar contactmomenten zijn wel nodig.

 

Kamerleden zijn op zoek naar informatie die zij kunnen gebruiken in debatten, maar willen niet voor karretjes gespannen worden. De vele kennis die wij hebben over situaties in ontwikkelingslanden is vaak lokaal – dat is toch andere informatie dan wat zij bijvoorbeeld uit ministeries ontvangen. 

 

Hoe vullen het lobbynetwerk van Partos en dat van Cordaid elkaar aan? 

Er zijn een aantal onderwerpen gedefinieerd waar we al jaren gezamenlijk voor lobbyen (ODA, MMV, beleidscoherentie). Alle organisaties actief in de Partos-lobbygroep (Partos heeft een netwerk voor lobbyisten en politiek analisten waar gezamenlijke lobby wordt besproken) kunnen zich hier wel in vinden. In het verleden was het lastig om een gezamenlijke koers te bepalen. Nu hebben we een raamwerk gecreëerd waar we nog jaren mee vooruit kunnen. 

Continuïteit is hier wel belangrijk. Als lobbygroep moet je tijd met elkaar doorbrengen zodat je vertrouwen opbouwt. Al deze mensen hebben eigen netwerken en informatiebronnen, dus dat brengt heel veel. Om zo’n netwerk efficiënt te laten zijn, moet wel iedereen blijven geven en brengen, niet enkel informatie absorberen. 

 

Wat is een project waar jij aan hebt meegewerkt dat succesvol de Haagse politiek heeft beïnvloed? Hoe zag je deze beïnvloeding terug in het huidige beleid? 

Een recent voorbeeld is het AIV-advies over de pandemie. Wij hebben er vanaf het begin op gehamerd dat een pandemie alleen te bestrijden is als je het mondiaal aanpakt. Bovendien is dat in het belang van Nederland. We hebben consistent druk gezet op de politiek, voornamelijk met het smeden van ongebruikelijke coalities (met bijvoorbeeld religieuze leiders en bedrijven). Hierdoor besefte ik dat gelegenheidsallianties en samenwerking met mensen waarvan je niet direct verwacht dat zij dit een belangrijk onderwerp vinden, een goed effect hebben op beleidsbeïnvloeding. 

Het interessante is ook dat dit project nog niet klaar is. We gaan nu de volgende fase in vanwege de vaccinatiestrategie, die ook mondiaal moet worden bekeken. Wij lobbyen hier voor wereldwijde toegankelijkheid tot vaccinaties. 

Het Haagse heeft een korte adem waardoor het lastig is om die aandacht vast te houden. Dit is juist een traject met een lange looptijd. Zo wordt je uitgedaagd om voortdurend creatief te blijven. 

 

Wat is er veranderd in lobby in de ontwikkelingssector? 

Ten eerste wordt de meerwaarde van samenwerken meer erkend. Voorheen kwamen veel organisaties met eigen statements en lobbybrieven, maar ook de Kamer zat daar niet op te wachten. Het is veel efficiënter om van een aantal platforms die meerdere organisaties vertegenwoordigen één stem te ontvangen, omdat ze weten dat daar veel gerenommeerde organisaties in zitten. Organisaties kunnen nog wel hun eigen lobby doen, dit wordt vooral gedaan om specifiekere punten in te brengen. 

Ten tweede speelt social media nu een grote rol in beleidsbeïnvloeding. Kamerleden gebruiken vaak Twitter en ook lobbyisten kunnen op die manier, suggesties voor vragen doen en debatten becommentariëren. De afstand tot Kamerleden en ministers is veel kleiner geworden. 

 

Ervaar je een gemis aan persoonlijk contact in de lobbywerkzaamheden vanwege corona? 

Deze situatie is een mix van voor- en nadelen voor lobbyisten. Alleen als je iemand al lang kent, kun je elkaar wel op afstand bellen. 

Je hebt ZOOM en MS Teams nodig waarin je Kamerleden en ambtenaren uitnodigt voor online calls. Eén groot voordeel is dat agenda’s leger zijn vanwege verminderde reistijd en minder debatten. Kamerleden zeggen dus eerder toe als je ze uitnodigt voor een gesprek. 

Hiernaast krijgen we vanuit ontwikkelingslanden te horen dat corona democratiserend heeft gewerkt omdat online calls toegankelijker zijn geworden. Lobbyisten hoeven niet meer van het platteland naar een hoofdstad te reizen voor een afspraak van 2 uur. 

Ik hoop dat we deze online elementen vasthouden als we de coronacrisis uit zijn. We hebben nu gezien dat we ook op afstand prima met elkaar in contact kunnen zijn. 

 

 

Dit was deel 2 van een reeks blogs waarin we een kijkje nemen in het leven van een lobbyist! Deel 1 met Koos de Bruijn (Partos) vind je hier. Wil jij of een collega ook meer vertellen over jouw werkdag als lobbyist of politiek analist? Stuur dan een mailtje naar wimer@remove-this.partos.nl