Column Bart Romijn: Het belang van samenhang

Nieuws

Onlangs was Partos op bezoek op het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor een kennismakingsgesprek met minister Sigrid Kaag. Een mooie kans om de prioriteiten van de vereniging naar voren te brengen. Wat zijn de thema’s waarop we graag met de overheid samen willen optrekken?


Met de minister hadden we een goed gesprek over het belang, de kracht en de bedreigingen van het maatschappelijk middenveld. Partos heeft goede hoop dat deze thema’s duidelijk terug komen in de beleidsnota van de minister, die we verwachten in het voorjaar. Ook bespraken we de inzet van Nederland op perspectief biedende activiteiten voor de meest kwetsbare groepen en gebieden. Een kernwoord daarbij is samenhang. Samenhang in de zin van coherentie maar ook van cohesie. Bij coherentie voor ontwikkeling gaat het om het afstemmen van alle relevante beleidsterreinen met dat van ontwikkelingssamenwerking. De Sustainable Development Goals (SDGs) – in het regeerakkoord verankerd onder Ontwikkelingssamenwerking – bieden een nieuw richtinggevend kader. Daarom raadt Partos een SDG-toets aan voor nieuw beleid: een relatief simpel middel met hoog rendement. Minister Kaag heeft in de Kamer toegezegd met een voorstel voor een dergelijke toets te komen. Wij zien er naar uit!

Partos raadt een SDG-toets aan voor nieuw beleid: een relatief simpel middel met hoog rendement.

Op het gebied van cohesie is net zo goed veel werk aan de winkel, want sociale samenhang staat overal onder druk. Het vormt een centraal element in het werk van maatschappelijke organisaties. Zij komen op voor kwetsbare, gemarginaliseerde en buitengesloten groepen. Door te informeren, door hun stem uit te vergroten en door hen te betrekken in beleid en bestuur.

 

Ook de productieve en dienstverlenende rol van maatschappelijke organisaties raakt direct aan sociale cohesie. In ontwikkelingslanden heeft de informele sector een enorme omvang. In sub-Sahara Afrika komt meer dan de helft van het Bruto Nationaal Product uit de informele sector. Meer dan 80% van de arbeid vindt hier plaats, vooral door vrouwen en jongeren. Waar officiële instituties hier te weinig oog voor hebben en eerder bureaucratische barrières opwerpen dan te faciliteren, acteren tal van maatschappelijke organisaties. Met de nodige uitdagingen.

 

Hoe sluit je aan op allerlei diffuse en hybride structuren? Denk aan familiare samenwerkingsverbanden, informele coöperaties, maar ook aan de diaspora. Hoe kun je voorkomen dat maatschappelijke organisaties de rol van de overheid overnemen in plaats van te investeren in versterking van het sociale contract tussen overheid en burgers? Hoe kun je deze rol combineren met een kritische houding naar overheden en andere spelers die juist ongelijkheid en uitsluiting bevorderen? Een antwoord ligt in de pluriformiteit van maatschappelijke organisaties. Niet iedereen hoeft alles te doen. Maar dat we nog veel te leren hebben is duidelijk. En dat we daar ook de Nederlandse overheid bij nodig hebben, met coherent en ondersteunend beleid, eveneens.

 

Bart Romijn
Directeur Partos