Column Bart Romijn | Hoop in bange dagen

Nieuws

Elke dag heb ik een telefoonhalfuurtje. Nu ontmoeten er niet meer inzit, bel ik dagelijks met een of twee leden. Gewoon, om even contact te hebben en om ‘wederwaardigheden’ te delen. Ik zit dan op mijn geïmproviseerde werkkamer, eigenlijk de kamer van mijn inmiddels uithuizige, jongste zoon Joren. Met uitzicht op een stille straat, bomen en struiken. Alleen een luidruchtige merel doorbreekt af en toe de stilte. Een fijne plek om mijn aandacht te kunnen richten op de gesprekken. Gesprekken waarin steevast een mix van zorg, boosheid en hoop terugkomt.


Zorg over de toekomst door de grote onzekerheden die de coronacrisis met zich meebrengt. Zorg over de zekerheid dat deze crisis direct en indirect de meest kwetsbare groepen treft. Hier in Nederland zijn dat met name ouderen. In ontwikkelingslanden mensen die al in armoede leven. Vanwege de crisis hebben velen nu helemaal geen inkomsten meer en zien zij de al gebrekkige zorgvoorzieningen nog verder aftakelen. Voor hen geen financieel vangnet van de overheid. Het gaat hier niet om duizenden, maar om vele, wellicht honderden miljoenen mensen!

De andere, veel voorkomende emotie tijdens de telefoongesprekken die ik voer is boosheid. Boosheid om partijen die in goede tijden er alles aan doen om over hun winsten geen belasting te betalen, en die nu de overheid om steun durven te vragen. Boosheid (en zorg) om overheden wereldwijd die kritische partijen, media en maatschappelijke groepen voorop, monddood maken of erger.

Tegelijkertijd hoor en zie ik veel dat hoop biedt. Mensen die elkaar helpen. Steeds meer mensen die zien dat we niet alleen moeten kijken naar de situatie in eigen land, maar ook naar die in ontwikkelingslanden, de ‘zwakste schakels’ zoals minister Kaag dat zo mooi noemt. Ik denk aan het gezamenlijke initiatief van religieuze leiders van uiteenlopende gezindten(!), waarin zij de Nederlandse overheid oproepen om toch vooral veel aandacht en middelen te besteden aan de effecten van de coronacrisis in ontwikkelingslanden. Uit allerlei hoeken komen geluiden om de huidige crisis te benutten voor een herijking van de economie en samenleving. Afzien van vervuilende activiteiten, inzetten op duurzame energiebronnen waarbij de inkomsten en kosten eerlijk worden verdeeld. Het geeft hoop op een nieuw réveil voor eerlijke duurzaamheid.

Uit allerlei hoeken komen geluiden om de huidige crisis te benutten voor een herijking van de economie en samenleving. Afzien van vervuilende activiteiten, inzetten op duurzame energiebronnen waarbij de inkomsten en kosten eerlijk worden verdeeld. Het geeft hoop op een nieuw réveil voor eerlijke duurzaamheid.

Voor mij gaf de Nationale Herdenking deze week een extra verdieping aan het begrip hoop. Herdenken is niet alleen herinneren, maar ook opnieuw nadenken over wat er gebeurd is, met nieuwe informatie, én met het oog op de toekomst. Zo wordt herdenken de voedingsbron voor hoopvolle handelingsperspectieven.

Het “niet wegkijken” en “het niet normaal maken wat niet normaal is” van koning Willem Alexander is een oproep tot actief handelen daar waar mistanden zijn. Samen werken aan een betere toekomst. Dat kan met iets heel kleins beginnen. Dichtbij of ver weg, een particulier initiatief of gezamenlijk. Ik denk aan het hartverwarmende initiatief van een aantal Volkskrantlezers. Ze zamelden geld in voor Joseph Kakande, een vrijwilliger die op een gammele fiets in Oeganda hiv-remmers rondbrengt.

Het blijft een uitdagende periode De zorg en de boosheid moeten we serieus nemen. We kunnen ze niet helemaal wegnemen. Wat we wel kunnen is hoopvolle handelingsperspectieven bedenken en uitvoeren.

Opeens is daar de merel weer. Ik weet dat vogels bang of boos kunnen zijn. Of zij ook hoop kennen, weet ik niet. Maar ik vind zijn vrolijke gefluit wel een mooi symbool van hoop.