Column Bart Romijn | Vertrouwen, een groot, gemeenschappelijk goed

Nieuws

Vertrouwen is een woord dat in het Nederlands altijd een positieve lading heeft. Vertrouwen geeft aan dat je kan bouwen op eigen kracht, op een ander of op iets anders. Als het om een minder positieve betekenis van het begrip gaat, dan schakelen we over naar het Engelse Trust, een juridische constructie waaraan wij – weliswaar in vertrouwen – bepaalde belangen overdragen, voor bijvoorbeeld, en daar komt de andere lading, belastingontwijking.


Vertrouwen (in de Nederlandse betekenis) heb je niet zomaar. Je kunt het verdienen en je kunt het beschamen. Bij mij wisselt het hoe open ik ben over mezelf en hoe open ik sta voor kritiek van anderen. Soms vind ik het best moeilijk in vertrouwen gedeelde informatie voor me te houden. Dat is een opgave, maar vertrouwen genieten is wel genieten! Vorige week, na afloop van onze goed bezochte bijeenkomst over eigenaarschap en controle in partnerschappen, benoemde een van de externe deskundigen bij de plenaire afsluiting de sfeer van vertrouwen. Hij toonde zich onder de indruk van de openheid en de bereidheid van de deelnemers om hun duur verworven lessen met elkaar te delen. Dat is iets om trots op te zijn, vooral ook omdat dit gebeurt in een roerige periode van concurrentie om subsidies. En fijn natuurlijk om dit ook eens van een ander te horen, iemand die niet de Partos-achterban vertegenwoordigt! 

 

Overigens, het onderwerp van de workshop, eigenaarschap en controle, draait in essentie ook om vertrouwen: met vragen als “wie heeft het voor het zeggen”, “wie controleert wie” en “wat is de balans tussen controle en handelingsruimte”? Deze vragen en vertrouwen in het algemeen, vormen een actueel en belangrijk thema. Niet alleen voor Nederlandse ontwikkelingsorganisaties die internationaal samenwerken. Vertrouwen is een groot gemeenschappelijk goed voor iedereen. 

 

Vertrouwen als ‘Common Good’ is niet alleen belangrijk als cement voor samenwerking en samenleving. Het belang ligt ook in haar kwetsbaarheid. Als vertrouwen omslaat in wantrouwen, dan stokken harmonie en samenwerking en steken boosheid en conflicten de kop op.

 

Dat zien we overal ter wereld: heftige protesten en volksopstanden tegen machtsmisbruik en corruptie, voor een grotere inzet op klimaat, voor basisrechten, voor eerlijke en duurzame ontwikkeling. Soms ontwikkelt ongenoegen over ‘niet-gehoord worden of onrechtvaardig behandeld worden’ zich als een veenbrand die op allerlei manieren en onvoorspelbaar bovengronds komt en zich zonder onderscheid op alle instituties richt. 

 

Dit wantrouwen ligt ook op de loer in Nederland en kan ook ons werk treffen. Genoeg redenen om vertrouwen serieus te nemen, voor onszelf, voor onze samenwerkingsverbanden en voor een samenleving waarin mensen zeggenschap eerlijk delen, hun eigen leven controleren en met vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen zien.