De balans van een spannend politiek jaar

Nieuws

Op 5 juli startte het zomerreces van de Tweede Kamer en eindigde het parlementaire jaar waarin het kabinet Rutte III het licht zag. De start van dit kabinet was het slotakkoord van het verkiezingstraject dat halverwege 2016 op gang kwam. Ook voor Partos een mooi moment om de balans op te maken.


Samenvattend was de inzet van Partos voor de verkiezingen en de formatie als volgt:

  • Zet de SDGs centraal en zorg voor samenwerking en coördinatie met andere beleidsterreinen.
  • Erken en waardeer het belang van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingssamenwerking. Heb oog voor de wereldwijd krimpende ruimte voor maatschappelijke organisaties en onderneem daarop actie.
  • Maak weer meer middelen vrij voor ontwikkeling. Houd je aan de belofte 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan ontwikkelingssamenwerking te besteden.

 

SDGs centraal

Met betrekking tot het centraal stellen van de SDGs leek onze wens niet te worden ingelost. In het regeerakkoord waren ze enkel terug te vinden in het hoofdstuk over ontwikkelingssamenwerking. Na wat zachte druk van de Kamer, geleid door SGP en GroenLinks, kwam minister Kaag toch met een oplossing. De ambitie werd uitgesproken voor een krachtige SDG-toets om andere departementen bij de les te houden en te betrekken. Zo lijkt de de door Partos vurig gewenste SDG-toets er te gaan komen. In het Integraal Afwegingskader worden criteria opgenomen over ontwikkelingslanden en gender. 

 

Krimpende ruimte voor maatschappelijke organisaties

De sector keek reikhalzend uit naar de beleidsnota van minister Kaag. En het wachten leek te worden beloond met een ambitieus geformuleerde beleidsnota, waarin eigenlijk alle belangrijke thema’s de revue lijken te passeren. Toch blijven er, na een meer kritische lezing, vragen over wat minister Kaag concreet van plan is. Bijvoorbeeld als het gaat om de krimpende ruimte voor maatschappelijke organisaties. Deze trend wordt benoemd in de beleidsnota, maar concrete acties worden hierin niet genoemd. Wel zei Minister Kaag toe zich sterk te maken dat het extra beschikbare geld voor ambassades ook ten goede zal komen voor de versterking van de ruimte van maatschappelijke organisaties. Deze belofte kwam voort uit een oproep van de PvdA.

 

Budget naar ontwikkelingssamenwerking

Met name D66 en CU benadrukken, terecht, dat dit kabinet extra geld uittrekt voor ontwikkelingssamenwerking. Daarmee worden allereerst de gaten gedicht die het vorige kabinet in de begrotingen voor ontwikkelingssamenwerking van dit kabinet geslagen had. Daarnaast wordt de bezuinigingstrend die sinds 2010 gaande was hiermee gekeerd. Minister Kaag complimenteerde tijdens de behandeling van haar beleidsnota met name CU-Kamerlid Voordewind voor zijn vasthoudendheid op dit punt. Kaag sprak haar persoonlijke ambitie uit het ontwikkelingsbudget eerder dan (in de beleidsnota toegezegde datum) 2030 te verhogen richting de norm van 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI).

 

De balans

Gebaseerd op de genoemde ontwikkelingen valt het volgende op: meer dan tijdens Rutte I en Rutte II lijken coalitiepartijen en ministers elkaar de ruimte te geven om zich te profileren. Dit is vooral goed te zien tijdens de discussie over het ontwikkelingsbudget. Ook valt op dat minister Kaag open staat voor constructieve voorstellen vanuit de oppositie. Goede voorbeelden hiervan zijn de SDG-toets en het voorstel voor diplomatieke aandacht voor maatschappelijke organisaties. Dit is ook een gevolg van de ruimte die coalitiepartijen elkaar geven. De coalitie stemt niet uniform over oppositie-moties.

 

Ten slotte straalt minister Kaag een enorm gezag uit. Ze weet wat ze doet en waarom. De kamer vertrouwt haar dat gezag ook toe. Dat was met name te merken tijdens het integriteitsdebat. Dit Kamerdebat was stevig, maar niet met de minister. Vrijwel de hele Kamer steunt Kaags aanpak als het gaat om het integriteit dossier. Deze sterke positie van minister Kaag draagt eraan bij dat ontwikkelingssamenwerking weer hoger op de politieke agenda staat.

 

Als we er met elkaar voor zorgen dat Nederland ook financieel de daad bij het woord voegt en weer minimaal 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen aan ontwikkelingssamenwerking gaat besteden, dan biedt dit een mooi perspectief voor de mensen waar wij ons voor inzetten.