Een nieuwe fase in de onderhandelingen
Afgelopen weekend presenteerde de Ierse voorzitter van de Europese Raad een nieuw onderhandelingsdocument (nego box). In deze zogeheten nego box zien we dat er flink wordt gesneden in het budget voor internationale samenwerking. Maatschappelijke organisaties uiten hun zorgen over deze ontwikkeling. Niet alleen omwille van de fikse bezuiniging, maar ook om wat het voorstel zegt over de inzet van de EU op het gebied van internationale samenwerking, armoedebestrijding, mensenrechten, gendergelijkheid en het terugdringen van ongelijkheid. De vraag is of de resterende middelen toereikend zijn om deze toezeggingen na te komen.
In het nieuwe MFK gaat het instrument ‘Global Europe’ over samenwerking met partnerlanden buiten de EU. Dit gaat onder andere over noodhulp, ontwikkelingssamenwerking en pre-toetredingssteun. De Europese Raad stelde in haar voorstel van vorig jaar € 200 miljard beschikbaar voor Global Europe. De Nego Box van het Ierse voorzitterschap beperkt het budget daarentegen tot € 168,8 miljard – een bezuiniging van 31,5 miljard (15,7%) – en verlaagt het aandeel van „Global Europe” in het totale MFK van ongeveer 10,1% naar 9,2%. Dit zou het vermogen van de EU om haar internationale verplichtingen na te komen aanzienlijk verzwakken.
De besluiten die tijdens de Europese Raad worden genomen, zullen de rol van de EU in de wereld tot 2034 en daarna bepalen. Wij vinden het van fundamenteel belang dat Nederland zich sterk maakt voor de Global Europe-pilaar van de Europese begroting, die aansluit bij de verdragsverplichtingen van de EU en haar ambitie om een betrouwbare partner te zijn. Ook in eerdere communicatie bevestigt het kabinet dat, hoewel het de omvang van het gehele budget te hoog vindt, juist de budgetten voor concurrentievermogen en Global Europe zo min mogelijk geraakt moeten worden door bezuinigingen. Zowel in haar eigen appreciatie als in een oproep die Minister-President Jetten in september deed met drie andere staatshoofden. Dit voorstel lijkt nu niet aan dit tegemoet te komen.
Partnerschappen, Europese verdragen en mensenrechten
In voorbereiding op de Europese Raad en in reactie op het nieuwe voorstel, benadrukt Partos de prioriteiten voor het nieuwe budget en de inzet op internationale samenwerking.
1. Europa kan het zich niet veroorloven de wereld de rug toe te keren
Nederland heeft zich altijd ingezet voor brede internationale samenwerking en erkent het concurrentievermogen en het externe beleid als prioriteiten binnen het MFK. De Europese Raad is het moment om die ambitie te koppelen aan de nodige middelen. Global Europe is het belangrijkste instrument van de EU om haar toezeggingen om te zetten in daden, van armoedebestrijding en het aanpakken van ongelijkheden tot mensenrechten en gendergelijkheid. Bezuinigingen hierop zouden het vermogen van de EU verzwakken om haar internationale toezeggingen na te komen en samen met haar partners veerkracht op te bouwen, juist nu de Duurzame Ontwikkelingsdoelen achterlopen op schema.
De lidstaten hebben deze keuze al eerder moeten maken: de bezuinigingen op het externe optreden onder het huidige MFK hebben de EU minder capaciteit gegeven om te reageren op de daaropvolgende crises. Als die keuze wordt herhaald, zou dat de geloofwaardigheid van de EU bij haar partners ondermijnen, evenals haar vermogen om de veerkracht en welvaart van Europa te ondersteunen – zaken die onlosmakelijk verbonden zijn met de wereld om haar heen.
Wij roepen Nederland op zich in de Europese Raad uit te spreken tegen disproportionele bezuinigingen op Global Europe. En te benadrukken dat dit instrument een aandeel van 10 % van het totale MFK moet behouden.
2. Een begroting die verankerd is in de EU-Verdragen en de Europese Consensus inzake ontwikkeling
Europese internationale samenwerking is geen bijzaak. Artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) verbindt het externe optreden van de Unie aan democratie, mensenrechten en het bevorderen van de duurzame ontwikkeling van partnerlanden met armoedebestrijding als centrale doelstelling. Artikel 208 VWEU stelt bovendien armoedebestrijding als centraal en leidend uitgangspunt voor de ontwikkelingssamenwerking van de EU. Het uitdragen van dit uitgangspunt is ook waar motie Ceder op wijst. De Europese consensus inzake ontwikkeling, die door alle lidstaten is onderschreven, vertaalt deze wettelijke verplichtingen in een gezamenlijke inzet voor de Agenda 2030, waaronder het achterlaten van niemand, het aanpakken van ongelijkheden, het bevorderen van gendergelijkheid en mensenrechten, en het werken via echte internationale partnerschappen.
Het volgende MFK moet de middelen verschaffen die nodig zijn om deze toezeggingen na te komen, waaronder de collectieve toezegging om 0,7 % van het BNI te besteden aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) en 0,20 % van het BNI aan de lage-inkomenslanden (LDCs) binnen het tijdsbestek van de Agenda 2030. Wij dringen er daarom bij u op aan ervoor te zorgen dat deze toezeggingen centraal blijven staan in het volgende MFK van de EU en dat zij als leidraad dienen voor het standpunt van Nederland in de onderhandelingen in de Europese Raad.
3. Mensenrechten, gendergelijkheid en het maatschappelijk middenveld hooghouden.
Maatschappelijke organisaties zijn onafhankelijke actoren die mensenrechten verdedigen en de civiele ruimte beschermen. Specifieke programma’s voor het maatschappelijk middenveld, mensenrechten en democratie zijn stopgezet. Wij dringen er bij Nederland op aan om voorspelbare financiering voor maatschappelijke organisaties te ondersteunen. Wij pleiten voor ten minste 15 % van de programmeerbare middelen, directe toegang voor lokale en partnerlandorganisaties en zinvolle participatie van maatschappelijke organisaties gedurende de gehele programmering, uitvoering en monitoring.