Ik heb bewust besloten deze Miljoenennota positief te bekijken, dat voelt logisch na de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Er komt de komende drie jaar 1,1 miljard euro bij voor ontwikkelingssamenwerking. Dat vind ik een belangrijk begin naar herstel. Juist nu humanitaire crises, klimaatrampen, voedselonzekerheid en mondiale instabiliteit toenemen, is deze investering hard nodig.
Een substantieel deel van dat geld gaat naar maatschappelijke organisaties, en de beleidsagenda benadrukt bovendien het herstel van de relatie met hen. Dat is niet alleen een verschil in budget, maar ook in erkenning en boodschap. Voor mij zijn maatschappelijke organisaties en ontwikkelingssamenwerking geen sympathieke aanvulling op duurzame vrede en democratie, ze zijn er een voorwaarde voor.
Het is fijn dat we een minister hebben die vooruit wil, die met maatschappelijke organisaties wil samenwerken en begrijpt hoe belangrijk zij wereldwijd zijn voor onze democratie. Die erkenning verdienen ook de ambtenaren die hard hebben gewerkt om tot deze resultaten te komen. Ik wil dan ook helemaal niet kritisch zijn maar het is wel waar dat er aan het eind van de rit gewoon minder geld in de pot zit, en dat breed politiek draagvlak er nog niet is. Dat maakt het kwetsbaar, en dat is precies het dilemma waar ik mee zit: blij zijn met wat er ligt, en tegelijk weten hoe wankel de basis eronder is.
Daarom kijken we ook zorgvuldig naar de uitwerking van de bestedingen. Zijn deze werkelijk ontwikkelingsrelevant? En hoe zorgen we ervoor dat OS niet telkens politiek twistpunt is? Hoe blijft dit land zich committeren aan de ontwikkelingsdoelen?
Ruimte voor maatschappelijke organisaties is belangrijk
De troonrede besteedde weinig aandacht aan internationale vraagstukken, maar wel aan iets wat ik minstens zo fundamenteel vind: onze democratie. Een sterke democratie beschermt haar tegenmacht, en dat gebeurt niet vanzelf. Het ministerie ziet de rol van maatschappelijke organisaties scherp: als partner, als uitvoerder, en hopelijk ook als kritische stem. Niet om te polariseren, maar om ervoor te zorgen dat iedereen gehoord wordt.
Internationale samenwerking is een groot deel van onze economie, en het beleid dat hier wordt gemaakt heeft ook elders ter wereld verstrekkende gevolgen. Nu autocraten wereldwijd de civiele ruimte inperken, is het volgens mij van strategisch belang dat Nederland juist nu investeert in de bescherming en versterking van maatschappelijke organisaties, hier én elders.
Nederland kent een divers landschap van maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met uiteenlopende thema’s, vraagstukken en landen. In een land dat trots is op zijn poldertraditie, is het wenselijk dat al die organisaties de ruimte moeten krijgen om zich uit te spreken of ze het nu met het ministerie eens zijn of niet. Klimaat, conflict en mondiale gezondheid houden zich niet aan grenzen. Organisaties die internationaal werken, staan in contact met maatschappelijke organisaties overal ter wereld en weten wat daar speelt. Hun stem is onmisbaar in het debat, net als de jarenlange kennis en ervaring van ngo’s die binnen strategische partnerschappen bewezen impact hebben.
Ik hoop dat dit kabinet dit begin vasthoudt, en dat het bij deze eerste stap niet blijft. Voor nu kijk ik hoopvol naar wat er ligt. Maar Partos blijft scherp op wat er nog moet gebeuren.