Europese ODA daalt voor derde jaar op rij
In 2025 is het ODA-budget in de EU met 11,4% in reële termen afgenomen ten opzichte van 2024. Vooral bezuinigingen onder lidstaten verklaren deze afname. In eerdere jaren konden de hogere uitgaven van de EU-instituties gedeeltelijk compenseren voor deze bezuinigingen, maar ook de ODA van de instituties is dit jaar afgenomen met 13,8%.
“Neither EU Institutions nor Member States can credibly claim global leadership on sustainable development while cutting their ODA.”
Ook als aandeel van het BNI is de daling duidelijk zichtbaar. De ODA/BNI-ratio daalde van 0,47% in 2024 naar 0,42% in 2025. Alleen Luxemburg, Zweden en Denemarken haalden de 0,7% norm. Hetzelfde zien we in Nederland, waar we ver onder de 0,7% blijven.
Kwaliteit van het budget
De teruglopende omvang van het budget is volgens AidWatch niet het enige probleem. Het rapport classificeert 22% van de ODA-bestedingen van lidstaten als kunstmatig opgehoogde ODA, dat heeft geen duidelijke ontwikkelingsdoelstelling of kwam niet terecht bij landen in Majority World-landen. Het gaat om 16,5 miljard euro, het aandeel ligt daarmee iets hoger dan in 2024 en aanzienlijk hoger dan voor 2022, toen lag het gemiddeld rond de 10 en 15%
Deze kunstmatig opgehoogde ODA bestaat voor het grootste deel uit de toerekening van asielkosten aan de ODA-begroting. Daarnaast bestaat het uit toegerekende studiekosten, private-sectorinstrumenten en schuldenverlichting. Hoewel de kosten voor vluchtelingenopvang in 2025 afnamen, bleven ze goed voor 10,3 milard euro en daarmee de grootste categorie.
Hoopvol is dat we in Nederland vanaf 2027 duidelijke grenzen stellen aan het verdringen van ODA-uitgaven door asielkosten. Het beschikbare bedrag is gemaximeerd tot 10% in Nederland vanaf komend jaar. Dit draagt bij aan de stabiliteit van het budget, en voorkomt verdringing.
Bij de EU-instituties ligt het probleem anders. Het aandeel kunstmatig opgehoogde ODA is daar volgens AidWatch beperkt en ligt doorgaans onder de 0,3%. De vraag is vooral waar de beschikbare middelen terecht komen. In 2024 ging slechts 10,5% van de bruto bilaterale ODA van de EU-instituties naar LDC’s.
Hoog tijd voor nieuwe investeringen
Ook in Nederland is er een neerwaartse trend. Volgens AidWatch daalde de Nederlandse ODA van 0,62% van het BNI in 2024 naar 0,58% in 2025. Komend jaar zet die dalende trend zich voort als de bezuinigingen van het vorig kabinet verder ingevoerd worden. Ondanks de investering om dit te beperken blijft het ODA-percentage dalen.
Tegelijkertijd staat de rol en de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Nederland onder druk. Het rapport over 2025 focust daarbij op het aflopende beleidskader. We zien ook dat vorig jaar het maatschappelijk middenveld beperkt betrokken werd bij besluitvorming en dat er een grotere nadruk werd gelegd op het Nederlands belang in internationale samenwerking. Met de nieuwe Miljoenennota zien we een nieuw geluid en een hoopvoller beeld voor internationale samenwerking en maatschappelijke organisaties voor komend jaar.
Aanbevelingen uit het AidWatch Rapport
- Versterk internationale samenwerking en kies voor langdurige investeringen in weerbaarheid tegen grensoverschrijdende uitdagingen zoals klimaatverandering, conflict, migratie en pandemieën.
- Maak gelijkwaardige partnerschappen leidend en zorg dat maatschappelijke organisaties op een betekenisvolle manier worden betrokken bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van buitenlands beleid.
- Veranker beleidscoherentie voor ontwikkeling sterker in beleid, zodat keuzes op terreinen zoals handel, klimaat, landbouw, migratie, belastingen en veiligheid ontwikkelingsdoelen ondersteunen, en niet ondermijnen.
- Herstel de Nederlandse inzet op 0,7% ODA, om voldoende financiering voor ontwikkelingssamenwerking te waarborgen en om de internationale geloofwaardigheid van Nederland als partner te versterken.