Ik heb lang over dit boek nagedacht. Het raakt niet alleen aan het concept van tradwife, maar ook aan iets wat ik herken in onze eigen sector: het idee dat de lat zo hoog kan komen te liggen dat we proberen te voldoen aan een ideaal dat in de praktijk nauwelijks haalbaar is. En dan niet zozeer als het gaat om het inhoudelijke werk, maar om de manier waarop we onszelf voortdurend moeten bewijzen.
Van maatschappelijke organisaties wordt tegenwoordig een bijna onmogelijke perfectie verwacht. Je moet transparant zijn, elke euro moet traceerbaar zijn. Er moet zo min mogelijk overhead zijn en dus moet je zo efficiënt mogelijk werken. Het is belangrijk onafhankelijk te zijn, dus kritisch op de macht die je financiert. En tegelijk moet je politiek behendig zijn, dat wil zeggen goed aangesloten bij diezelfde macht, want zonder relaties met Den Haag of Brussel kom je nergens.
Dat zijn vier principes, die elkaar voortdurend in de weg zitten. Radicaal onafhankelijk zijn kost je politieke toegang. Dat hebben we gezien. Politiek behendig zijn kost je scherpte. Doe je dan nog wel het goede? En efficiënt zijn, gaat ten koste van tijd en ruimte, die ook nodig zijn om dingen zorgvuldig en verantwoord te doen. Ik vertel niets geks als ik zeg dat dit precies de lat is die elke organisatie in de sector probeert te halen. We worden er immers op beoordeeld.
Bewijs het maar
Bovenop die norm komt een tweede: bewijs het ook nog. Evaluatiekaders als IOB en OECD-DAC vragen om meetbare, toerekenbare, liefst lineaire impact. Maar het werk waar het echt om gaat betreft structurele verandering, machtsverhoudingen verschuiven, vrede, mensenrechten, gelijkwaardigheid en die processen die daarmee gepaard gaan, zijn per definitie traag, politiek, en zelden aan één organisatie toe te schrijven.
Dus staat de sector voortdurend voor een onmogelijke opgave: niet alleen het juiste doen, maar dat ook nog bewijzen op een manier die het juiste zelden toestaat om bewezen te worden.
Je ziet dat het scherpst terug bij evaluaties, ook recent weer. Strak gehanteerde kaders toetsen wat meetbaar is, niet wat waar is. Dat botst voortdurend met de werkelijkheid. Vaak is het dan aan beleidsmedewerkers, die de praktijk kennen, om die starheid te compenseren: te duiden wat een cijfer niet vertelt, ruimte te bepleiten waar een kader die niet biedt. Niet omdat de norm per definitie verkeerd is, maar omdat de norm alleen werkbaar blijft dankzij mensen die hem kunnen vertalen naar wat er in de realiteit plaatsvindt.
Het is de norm die niet klopt, niet de organisaties
Net als bij Natalie zit het probleem niet bij wie er tekortschiet, maar bij de lat zelf. Zolang we een norm hanteren die transparantie, efficiëntie, onafhankelijkheid, politieke behendigheid én meetbare impact tegelijk eist, zal er altijd een gat zijn tussen wat organisaties waarmaken en wat er van ze gevraagd wordt, hoe goed, toegewijd en zorgvuldig ze ook werken.
Dat is geen reden om verantwoording los te laten. Het is wel een reden om eerlijker te zijn over wat we eigenlijk vragen en waarom. En misschien biedt dit moment daar juist ruimte voor. De sector heeft de afgelopen tijd veel mensen moeten laten gaan, door bezuinigingen en aflopende partnerschappen. Dat is in de eerste plaats een verlies. Maar het is ook een moment waarop bestaande systemen toch al op de schop gaan. Juist daarom kunnen we ons afvragen wat we willen behouden, wat anders moet en waar meer ruimte kan ontstaan voor vertrouwen en professionele afweging.
Misschien hoeven we niet minder ambitieus te zijn. Misschien moeten we vooral anders kijken naar wat we onder kwaliteit en verantwoording verstaan.
De gevolgen zijn voor anderen
Zonder het einde van Yesteryear te willen verklappen: gaandeweg wordt duidelijk dat het niet alleen Natalie zelf is die de prijs betaalt voor het volhouden van een onhaalbaar ideaal. Ook de mensen om haar heen dragen de gevolgen van iets waarvoor zij niet zelf hebben gekozen. Dat roept een ongemakkelijke vraag op voor onze sector. Wat gebeurt er wanneer organisaties zo hard proberen te voldoen aan de verwachtingen die aan hen worden gesteld, dat de gevolgen uiteindelijk elders terechtkomen?
De hoge lat heeft niet alleen gevolgen voor organisaties en hun medewerkers. Bezuinigingen en aflopende partnerschappen betekenen minder capaciteit en minder ruimte om resultaten te bereiken. En uiteindelijk kunnen juist mensen en organisaties in de Global Majority de gevolgen daarvan ervaren.
Daarom is dit misschien het moment om samen te herijken wat we eigenlijk willen bereiken. Niet door verantwoording of kwaliteit los te laten, maar door opnieuw te kijken naar de verhouding tussen vertrouwen, controle en verandering. Welke regels helpen ons om beter werk te doen? Welke maken het vooral moeilijker? En hoeveel ruimte geven we professionals om zelf te beoordelen wat in een specifieke context nodig is? Hoe kunnen we beter voor elkaar zorgen en ruimte maken voor een nieuw systeem waarin niet perfectie, maar vertrouwen en verandering centraal staan?
Visual door Bojana Boncheva