yellow shape
Belangenbehartiging & Beleidsbeïnvloeding Nieuws

OESO-cijfers tonen recorddaling van ODA in 2025, internationale ontwikkelingssamenwerking onder druk

Deze maand publiceerde de OESO-DAC de voorlopige cijfers van Official Development Cooperation (ODA) uitgegeven in 2025 door de lidstaten. Deze cijfers schetsen een zorgwekkend beeld. De totale ODA is met 23.1% gedaald ten opzichte van 2024. Dit is de sterkste jaarlijkse krimp die ooit in de geschiedenis van ODA is gemeten. Dit is geen geïsoleerd incident maar een onstrategische keuze voor korte termijn denken, zonder mededogen voor mensen die het hardst geraakt worden door conflicten en klimaatverandering.  

 

Zorgwekkende Europese Trend

Voor 2025 zijn de ODA-uitgaven gedaald naar het niveau van het begin van de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling (SDGs). Ook onder EU-lidstaten is de trend duidelijk zichtbaar: waar ODA de afgelopen jaren juist toenam door de COVID-pandemie en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, lijkt nu een duidelijke kentering te zijn ingezet. De gezamenlijke ODA-bijdrage van EU-landen daalde met bijna 10%. De OESO en maatschappelijke organisaties wijzen op structurele verschuivingen. Niet alleen de hoeveelheid ODA-steun is afgenomen, maar de middelen worden ook anders besteed.  

In een mondiale context van groeiende ongelijkheid laten de cijfers zien dat juist de lage inkomenslanden (LDCs) en fragiele contexten het hardst geraakt worden door deze bezuinigingen. Zowel EU-lidstaten als EU-instituties zoeken de grenzen op van ODA en zetten aan tot het verschuiven van de originele doelstelling van ODA. Van instrument voor ondersteuning van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding wereldwijd naar een budgetpost die ook binnenlandse politieke prioriteiten ondersteunt. Deze kritieke verschuiving naar ‘gedeelde belangen’ zet de rol van betrouwbare partner van zowel de EU als haar lidstaten internationaal onder druk. 

 

Scheve besteding van ontwikkelingsgelden

In Europa, ook in Nederland, blijft de binnenlandse besteding van middelen die bedoeld zijn voor internationale samenwerking hoog. Een groot onderdeel hiervan zijn de kosten voor eerstejaars asiel opvang. Volgens internationale afspraken mogen deze kosten worden meegerekend als ODA. In de praktijk betekent dit echter dat een aanzienlijk deel van het ODA-budget niet naar partnerlanden gaat, maar uitgegeven wordt in de nationale context.  

 

ODA in Nederland

Nederland past duidelijk in dit bredere Europese plaatje. Volgens de OECD daalde de Nederlandse ODA in 2025 met 4.9%. Die daling is te verklaren door een afname van bilaterale hulp, en dan met name door lagere uitgaven aan opvang van vluchtelingen binnen Nederland. De kosten voor eerstejaars asiel opvang hebben een verdringend effect. Geld dat wordt besteed aan opvang in Nederland, kan immers niet tegelijkertijd worden ingezet voor armoedebestrijding, klimaatfinanciering of humanitaire hulp in kwetsbare landen.  

  

OESO-cijfers laten zien dat juist deze traditionele vormen van ontwikkelingssamenwerking hard worden geraakt. Het ODA-aandeel dat naar humanitaire hulp en structurele programma’s gaat daalt structureel. Ook zien we dat de lage inkomenslanden en fragiele contexten het minste steun krijgen. Westerse landen maken een nadrukkelijke keuze om te investeren in landen waar zij geopolitiek of economisch belang bij hebben, dit zijn vaak middeninkomenslanden. Hiermee lijkt het eigen belang zwaarder te wegen van dan de doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking, een zorgwekkende trend.  

 

Nu handelen voor een rechtvaardig en toereikend budget

Het vooruitzicht is weinig optimistisch. De OESO verwacht dat de ingezette daling van het ODA-budget zich de komende jaren zal voortzetten. Dit probleem signaleren we ook in Nederland, waar het kabinet ondanks beloftes uit het coalitieakkoord zich nog niet wil inzetten voor het behalen van de 0,7%. Het herstel van de koppeling blijft uit. Ook op Europees niveau ligt er komend jaar belangrijke besluitvorming op tafel over het Meerjarig Financieel Kader, wat zal bepalen in hoeverre de EU een betrouwbare internationale partner is de komende zeven jaar. Het is daarom van groot belang om ons te blijven inzetten voor een substantieel coherent budget dat ook bij de meest kwetsbare landen terechtkomt.