yellow shape

Blog Liana Hoornweg | Voldoen aan een onmogelijk ideaal

Deze vakantie las ik, net als duizenden anderen, het boek Yesteryear van Caro Claire Burke. Het is een roman over Natalie, de succesvolste tradwife-influencer van Amerika: miljoenen volgers, een ranch in Idaho, een leven van zelfgebakken brood en huwelijkse onderworpenheid, allemaal live gedeeld met de wereld. Tot ze op een ochtend wakker wordt in 1855 en voor het eerst moet leven wat ze al die tijd alleen maar veinsde. 

Het knappe van het boek zit niet in de ontmaskering. Dat haar leven fake is, wisten we al vanaf pagina één. Het knappe zit in wat er gebeurt als ze in de echte negentiende eeuw belandt: zelfs zij, de vrouw die het verst is gegaan in het naleven van het ideaal, kan er niet aan voldoen. De norm van wat de perfectie traditionele vrouw is, blijkt voor haarzelf onhaalbaar te zijn. Het is niet leefbaar. Wat blijkt is: het is een beeld, een concept, maar geen echt leven. 

 

20 August 2026

Ik heb lang over dit boek nagedacht. Het raakt niet alleen aan het concept van tradwife, maar het idee dat de lat heel hoog ligt en dat we iets proberen te bereiken wat een ideaal is, maar niet haalbaar, is ook van toepassing op onze eigen sector. En dan niet zozeer op het inhoudelijke werk, maar op de manier waarop we onszelf nog altijd moeten bewijzen.  

Van maatschappelijke organisaties wordt tegenwoordig een bijna onmogelijke perfectie verwacht. Je moet transparant zijn, elke euro moet traceerbaar zijn. Er  moet zo min mogelijk overhead zijn en dus moet je zo efficiënt mogelijk werken. Het is belangrijk onafhankelijk te zijn, dus wat kritisch op de macht die je financiert. En tegelijk moet je politiek behendig zijn, dat wil zeggen goed aangesloten bij diezelfde macht, want zonder relaties met Den Haag of Brussel kom je nergens. 

Dat zijn vier principes, die elkaar voortdurend in de weg zitten. Radicaal onafhankelijk zijn kost je politieke toegang. Dat hebben we gezien. Politiek behendig zijn kost je scherpte. Doe je dan nog wel het goede? En efficiënt zijn, gaat ten koste van tijd en ruimte, die ook nodig is om dingen zorgvuldig en verantwoord te doen. Ik vertel niets geks als ik zeg dat dit precies de lat is die elke organisatie in de sector probeert te halen, omdat men hierop getoetst wordt.  

Bewijs het maar  

Bovenop die norm komt een tweede: bewijs het ook nog. Evaluatiekaders als IOB en OECD-DAC vragen om meetbare, toerekenbare, liefst lineaire impact. Maar het werk waar het echt om gaat betreft structurele verandering, machtsverhoudingen verschuiven, vrede, mensenrechten, gelijkwaardigheid en die processen die daarmee gepaard gaan, zijn per definitie traag, politiek, en zelden aan één organisatie toe te schrijven. 

Dus staat de sector voortdurend voor een onmogelijke opgave: niet alleen het juiste doen, maar dat ook nog bewijzen op een manier die het juiste zelden toestaat om bewezen te worden. 

Je ziet dat het scherpst terug bij evaluaties, ook recent weer. Strak gehanteerde kaders toetsen wat meetbaar is, niet wat waar is. Dat botst voortdurend met de  werkelijkheid. Vaak is het dan aan beleidsmedewerkers, die de praktijk kennen, om die starheid te compenseren: te duiden wat een cijfer niet vertelt, ruimte te bepleiten waar een kader die niet biedt. Niet omdat de norm fout wordt toegepast, maar omdat de norm alleen werkbaar blijft dankzij mensen die hem kunnen vertalen naar wat in de realiteit plaatsvindt.  

Het is de norm die niet klopt, niet de organisaties 

Net als bij Natalie zit het probleem niet bij wie er tekortschiet, maar bij de lat zelf. Zolang we een norm hanteren die transparantie, efficiëntie, onafhankelijkheid, politieke behendigheid én meetbare impact tegelijk eist, zal er altijd een gat zijn tussen wat organisaties waarmaken en wat er van ze gevraagd wordt, hoe goed, toegewijd en zorgvuldig ze ook werken. 

Dat is geen reden om verantwoording los te laten. Het is wel een reden om eerlijker te zijn over wat we eigenlijk vragen en waarom. En misschien biedt dit moment daar juist ruimte voor. De sector heeft de afgelopen tijd veel mensen moeten laten gaan, door bezuinigingen en aflopende partnerschappen. Dat is in de eerste plaats een verlies. Maar het is ook een moment waarop bestaande systemen toch al op de schop gaan en dus een kans om iets nieuws te bouwen waarin meer ruimte is voor vertrouwen, en minder voor regeldruk die toch nooit volledig houdbaar was. 

De gevolgen zijn voor anderen 

Zonder het einde van Yesteryear te willen verklappen: gaandeweg wordt duidelijk dat het niet alleen Natalie zelf is die de prijs betaalt voor het volhouden van een onhaalbaar ideaal. Het zijn vooral de mensen in haar omgeving die de gevolgen dragen van iets dat niet hun eigen keuze was. En dat is iets wat herkenbaar is in onze sector. We hebben zo lang geprobeerd om de hoge lat te halen zonder dat dat echt mogelijk is, dat we zijn ingehaald door de realiteit; felle kritiek, diep onbegrip en uiteindelijk bezuinigingen, die er toe geleid hebben dat veel medewerkers zijn vertrokken, organisaties minder resultaten kunnen realiseren en uiteindelijk mensen in de Global Majority het hardst getroffen worden. Net als bij Natalie is het uiteindelijk niet degene die de lat stelde, maar wie er het minst voor koos, die de rekening betaalt.

Juist daarom is dit het moment om samen te herijken wat we willen bereiken, beter voor elkaar te zorgen en ruimte te maken voor een nieuw systeem waarin niet perfectie, maar vertrouwen en verandering centraal staan.

 

 

 

Visual door Bojana Boncheva