Gedragscode & Normen

Aanpassingen Partos Gedragscode

De Algemene Ledenvergadering is 15 november 2018 akkoord gegaan met de wijzigingen in de Partos Gedragscode (2019) en de Partos 9001. Deze wijzigingen gaan met name over te nemen maatregelen op het gebied van integriteit. Zowel de Partos Gedragscode als de Partos 9001 treden hiermee beiden in werking per 1 januari 2019.

 

De wijzigingen in de Partos Gedragscode en de Partos 9001 staan niet op zich zelf. Ook de Erkenningsregeling Goede Doelen en de organisatietoets van het Ministerie van het Buitenlandse Zaken worden aangepast. Partos heeft een en ander goed met de betrokken partijen afgestemd om tegenstrijdigheden en stapeling te voorkomen. De wijzigingen zijn tot stand gekomen in overleg met leden van de Partos Werkgroep Kwaliteit. Ook is er gebruik gemaakt van advies en commentaar door integriteitsdeskundigen en auditors van certificerende instellingen. 

  

Voor de Partos Gedragscode (verplicht voor alle leden) geldt een overgangsperiode van een jaar: een jaar waarin organisaties de kans krijgen om te laten zien dat ze serieus werk maken van integriteit. Voor de wijzigingen in de Partos 9001 (een vrijwillige kwaliteitsnorm) geldt dat organisaties gevraagd worden om de nieuwe Partos 9001-2018 mee te laten nemen bij (her)certificering of tussentijdse audits. De nieuwe Partos 9001 geeft een vrijstelling voor de Organisational Risk and Integrity Assessment van het Ministerie (voorheen COCA). Bij het ontbreken van deze update op de oude Partos 9001 zullen organisaties worden gevraagd om het invullen van een aanvullend formulier over het integriteitsbeleid. 

 

 

Het gaat om onder andere de volgende aanpassingen in de Gedragscode:

 

Repressief apparaat

  • Het opnemen in de Gedragscode van een expliciete beschrijving van de normen en waarden van de organisatie met aandacht voor  machtsmisbruik, financiële  en interpersoonlijke  schendingen.
  • Het inrichten van een laagdrempelig meldsysteem, met o.a. aandacht voor een vertrouwenspersoon, I-functionaris, rol van het management en een (extern) klokkenluiderspunt.
  • Het zorg dragen van mogelijkheden voor onderzoek, sancties en slachtofferhulp en het vrijmaken van interne en/of externe capaciteit hiervoor.

Preventieve cyclus

  • De Gedragscode actief bekend maken en vertalen in richtlijnen voor alle personen die namens de organisatie werken.
  • De meldingsprocedures actief bekend maken bij alle betrokkenen, en alert zijn op de toepassing ervan.

Moreel leerproces

  • Het inrichten van een moreel leerproces met regelmatig moreel beraad met medewerkers.

Communicatie & verantwoording

  • Het besteden van aandacht in het jaarverslag aan de wijze van uitvoering van het integriteitsbeleid, het benoemen van het aantal en de aard van meldingen en de afhandeling ervan, plus reflecteren op het eigen integriteitsbeleid.