Het was buiten bijna niet uit te houden — de hitte sloeg je tegemoet zodra je een voet buiten zette. Gelukkig was er goede airconditioning in de conferentiezaal in Siem Reap, waardoor de discussies en gesprekken verhit konden worden zonder dat iemand eraan onderdoor ging. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het reuze meeviel. De week kenmerkte zich vooral door saamhorigheid en solidariteit.
De afgelopen twee jaar heeft het Nederlandse maatschappelijk middenveld klap na klap gekregen. Dat weten we natuurlijk allemaal. Er hebben flinke reorganisaties plaatsgevonden, organisaties zijn gefuseerd of helemaal gestopt en de kritische stemmen hebben het zwaar. Voor ons was het ingrijpend dat de Nederlandse overheid de subsidie aan Partos heeft stopgezet. Daarmee zijn we als nationaal platform drastisch gekrompen — in omvang, in capaciteit en in slagkracht. Waar onze Noord- en West-Europese collega’s nog kunnen rekenen op structurele overheidsfinanciering, betalen wij momenteel alles met ledenbijdragen.
Ik vroeg me van tevoren af hoe dat zou landen in een zaal vol internationale collega’s — zou het herkenbaar zijn, of zouden we een uitzondering zijn? Ik merkte al snel dat er veel herkenning was. De druk op het maatschappelijk middenveld is wereldwijd voelbaar. Telkens wanneer iemand een uitdaging deelde, werd er instemmend geknikt en geantwoord. De ruimte voor maatschappelijke organisaties is afgenomen en de acties tegen NGO’s nemen toe.
Maar in Siem Reap werd ook duidelijk dat Nederland (samen met de VS) een uiterste is. De bezuinigingen hier hebben wel heel veel schade aangericht en bepaalde maatregelen, zoals de ontkoppeling tussen ODA en BNI en het afschaffen van het feministisch buitenlandbeleid, werden met opgetrokken wenkbrauwen ontvangen. Daar waar andere Noord- en West-Europese platforms nog substantiële en structurele steun ontvangen van hun overheden — en daarmee een stevige basis houden om te coördineren, te verbinden en invloed uit te oefenen — is die basis bij ons weggevallen. We proberen hetzelfde werk te doen, maar met een fractie van de middelen. De vergelijking stemt tot nadenken.
Wat ik meeneem uit Siem Reap is daarom vertrouwen. Vertrouwen in Partos. Vertrouwen in het netwerk van maatschappelijke organisaties. Niet omdat de situatie makkelijker is geworden, maar omdat ik in die conferentiezaal zag wat een nationaal platform betekent — voor de leden, voor de bredere beweging, voor de verbinding tussen het lokale en het mondiale. Die rol vervullen wij ook, zij het momenteel met minder middelen dan onze collega’s elders.
Juist in een tijd waarin de speelruimte krimpt en de druk toeneemt, is die rol harder nodig dan ooit. Het werk van Partos — coördineren, verbinden, de stem van de Nederlandse ontwikkelingssector versterken — is niet minder relevant geworden. Integendeel.
De komende tijd zul je mij dat horen benoemen. Toen ik bijvoorbeeld kon reflecteren op de speech van minister Sjoerdsma vorige week, vond ik het niet moeilijk om dit aan te geven. Ik wist dat ik gesteund werd door meer dan 70 collega’s wereldwijd. De gedeelde ervaringen, de solidariteit en de bereidheid om samen te staan, herinneren eraan dat isolement misschien wel de grootste valkuil is in moeilijke tijden. De vraag die in Siem Reap bleef hangen, was niet hoe we overleven, maar welke waarden we meenemen naar de toekomst. Voor mij is het antwoord helder: we nemen de overtuiging mee dat we samen sterker zijn en dat Partos daarin een onmisbare rol speelt.
