Precies een jaar geleden tekenden de regeringsleiders van alle 32 NAVO-bondgenoten een akkoord om hun defensie-uitgaven te verhogen naar 5 procent van het bbp — de zogeheten Hague Pledge. Van die 5 procent is 1,5 procent bedoeld voor “bredere weerbaarheid”: kritieke infrastructuur, digitale veiligheid en civiele paraatheid. Hoe die 1,5 procent precies wordt ingevuld, is nog niet vastgelegd — maar de discussie erover is al wel begonnen. In een tijd waarin het ODA-budget onder druk staat en ontwikkelingsorganisaties worstelen met krimpende middelen, is het begrijpelijk dat ogen zich richten op de aanzienlijke budgetten die Defensie ter beschikking krijgt.
Toch begint het hier in de praktijk al snel te schuren. Vorige week woonde ik bij CONCORD in Brussel een toespraak bij van iemand die jarenlang bij de NAVO werkte en nog steeds als adviseur optreedt. Zijn woorden waren helder: binnen de NAVO wordt niet nagedacht over ontwikkelingssamenwerking als instrument of als partner. OS staat in NAVO-kringen simpelweg niet op het netvlies — en dat is zichtbaar: in de nieuwe NAVO-norm is ontwikkelingssamenwerking niet als instrument opgenomen. Beleidsmatig worden ODA- en defensiebudgetten weliswaar steeds meer verweven, maar dan primair op de voorwaarden van Defensie: OS als preventief middel tegen migratie, terrorisme of regionale instabiliteit. Niet als autonome missie gericht op lokale behoeften.
Er zijn ook andere geluiden van binnenuit, maar dat zijn vooralsnog individuele opinies en geen institutioneel beleid. Oud-generaal Middendorp noemde OS en defensie “twee kanten van dezelfde munt” en Oud-minister van Defensie Ollongren benadrukte het belang van structurele investering in conflictpreventie. Hun overtuiging is oprecht, maar zolang die overtuigingen niet doordringen tot de NAVO-norm of de defensiebegroting, verandert er in de praktijk weinig. Het risico is dan dat samenwerking toch ontstaat, maar op de voorwaarden van Defensie. Dat is precies waar organisaties als PAX en Oxfam Novib voor waarschuwen: wie betaalt, bepaalt. De ervaringen in Afghanistan, waar OS-organisaties opereerden onder militaire vlag en hun onpartijdigheid verloren, zijn een waarschuwing die niet vergeten mag worden.
De vraag is dus niet óf samenwerking mogelijk is, maar onder wélke voorwaarden. De meest haalbare weg lijkt selectieve samenwerking: inzetten op concrete deelterreinen waar doelstellingen daadwerkelijk overlappen — conflictpreventie, wederopbouw — zonder een alomvattend partnerschap aan te gaan. Samenwerking met Defensie is geen utopie. Maar het vereist wel dat de sector Ontwikkelingssamenwerking helder heeft wat zij inbrengt, en wat zij niet prijsgeeft.
Bij Partos willen we, als onderdeel van het Nieuwe Coalities-project, de komende tijd gaan werken aan uitgangspunten voor een gedeelde agenda op dit snijvlak, en verkennen we de mogelijkheden om denktanks zoals Clingendael te betrekken. Maar eerlijk is eerlijk: ons netwerk richting Defensie is beperkt. Daarom een gerichte oproep aan onze leden: ken je mensen binnen Defensie, veiligheidsstudies of de NAVO-structuur die openstaan voor deze dialoog? Heeft jouw organisatie ervaring — goed of slecht — met samenwerking op dit snijvlak? Deel dan graag je contact met de projectleider via sera@partos.nl. Al deze kennis hebben we nodig om een concrete agenda te bouwen die meer is dan een wensenlijst.
NB “Bij het schrijven van dit blog heb ik gebruikgemaakt van AI (Claude, Anthropic). De AI heeft de concepttekst kritisch geanalyseerd, suggesties gedaan voor verbeteringen, en geholpen bij het redigeren en inkorten van de tekst. De inhoudelijke keuzes en de uiteindelijke tekst zijn van mijzelf.”